Categorieën
Geen categorie

De eerste vondst van een kraamkolonie van de Kleine dwergvleemuis (Pipistrellus pygmaeus) in de Benelux

Bart Noort, Kees Mostert, Anton van Meurs & Rudy van der Kuil

In het binnenduingebied van Zuid-Holland is onlangs de eerste kolonie van de kleine dwergvleermuis voor de Benelux gevonden. Het gaat om een grote kolonie met maar liefst 422 uitvliegers. Er zijn van deze soort tot op heden nog maar een beperkt aantal waarnemingen en enkel op basis van geluid  bekend in Nederland.

De kleine dwergvleermuis werd voor het eerst in 2007 vastgesteld in Nederland en is sinds 2010 bekend in de provincie Zuid-Holland. Sindsdien wordt ze in Zuid-Holland jaarlijks in zeer kleine aantallen gehoord met vleermuisdetectoren. De soort lijkt op de gewone dwergvleermuis maar is iets kleiner, lichter en minder uniform bruin van kleur. In het veld zijn kleine dwergvleermuizen te onderscheiden van de andere dwergvleermuizen door de hogere frequentie van de echolocatiegeluiden en de sociale roep die uit drie lettergrepen bestaat.

Reden voor de Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland om dit jaar gericht te gaan zoeken naar verblijfplaatsen en foerageerplaatsen van deze soort op specifieke plaatsen. Er zijn op diverse plekken opnamen gemaakt (de geluiden zijn zeer specifiek en hoog in vergelijking tot andere dwergvleermuizen) en op basis van de tijd van langsvliegen na zonsondergang is geprobeerd te achterhalen in welke richting eventuele kolonie zich bevond. Donderdag 7 mei is ’s avonds een kolonie in een gebouw aangetroffen, die de daaropvolgende avond geteld is. De telling leverde het enorme aantal op van 422 uitvliegers, wat voor deze soort echter geen uitzondering is (in het Verenigd Koninkrijk zijn groepen tot ruim duizend dieren bekend). In verband met de privacy van de gebouweigenaar worden er verder geen mededelingen gedaan over de vindplaats van de kolonie.

Over het hoofd gezien of nieuwkomer ?

De soort is goed op te sporen met een bat-detector maar wordt wellicht deels over het hoofd gezien omdat waarnemers zich concentreren op de frequentie rond de 40 Khz, de frequentie waarop de meeste soorten te horen zijn, terwijl die van de kleine dwergvleermuis piekt boven de 54 kHz. Door nieuwe technische middelen zoals de batlogger, een apparaat die geluiden ook op deze hoge frequenties vastlegt , is het de laatste jaren eenvoudiger om de soort alsnog vast te stellen en worden ook meer meldingen gedaan. In de Atlas van de Nederlandse zoogdieren uit 2016 werden circa 50 detector-waarnemingen in Nederland gepresenteerd op 12 verschillende vindplaatsen verspreid over Nederland. Hoewel er sindsdien meer waarnemingen zijn bijgekomen werd er van uit gegaan dat op basis van het beperkte aantal meldingen de soort naar verwachting niet talrijk aanwezig is in Nederland. Het toenemende aantal meldingen zijn dus deels een gevolg van het beter kunnen detecteren van deze soort.

Toch is het ook niet helemaal ondenkbaar dat er sprake is van een areaalverschuiving. De soort komt vooral voor  in Zuid- en Midden-Europa, maar is ook bekend van Groot-Brittannië en zuidelijke kustgebied van Scandinavië. Er zijn bij navraag bijvoorbeeld geen kleine dwergvleermuizen bekend in de collectie van Naturalis en in Nederland zijn tot op heden nog vrijwel geen “dwergvleermuizen” kolonies bekend met meer dan 200 dieren. Dergelijke grote kolonies zouden vanwege hun aantal onmiddellijk opvallen en duiden op mogelijke kleine dwergvleermuizen maar zijn tot op heden dus vrijwel niet bekend in ons land. 

Vervolgonderzoek

De Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland gaat nog verder met het onderzoek. Zo zal er DNA-onderzoek worden uitgevoerd, en wordt bepaald in wat voor gebieden de dieren jagen, of er meer verblijfplaatsen aanwezig zijn in de omgeving en welke routes de dieren gebruiken tussen de verblijfplaatsen en de jachtgebieden.

Wat in Zuid-Holland kan, kan ook in de rest van Nederland. Onderzoekers elders in het land die met enige regelmaat kleine dwergvleermuizen aantreffen en in de eigen regio willen zoeken is het wellicht interessant dat de dieren dat de kolonie is gevonden in een gebouwuit de 70-er jaren en bestaat uit vijf bouwlagen. Alle dieren vlogen uit vanuit de daklijst, waarbij 404 exemplaren zelfs uit dezelfde opening vertrokken.

De dieren vertrekken rond zonsondergang en hebben ongeveer een uur nodig om allemaal uit te vliegen.

Het foerageergebied bestaat vooral uit open bos, graslanden, parkachtig landschap met veel waterpartijen en vijvers. Aangezien de kleine dwergvleermuis een vrij kleine actieradius heeft en in relatief grote kolonies leeft is het mogelijk om de dieren terug te volgen naar de kolonieplaats. Ook goedkopere apparatuur zoals de Batscanner stereo geeft automatisch de piek frequency tussen de 55kHz en 60kHz aan. (let hierbij wel op dat gewone dwergvleermuizen in besloten habitat ook de piekfrequentie zeer hoog kunnen hebben)